The Nature of Photographs boekbespreking

Bijlage bij het blogartikel

Zoals gezegd is Stephen Shore een productief fotograaf, met vele boeken op zijn naam: hierboven een screenshot van zijn site. Ik licht er één uit, waarin Shore zijn klasse als docent bevestigt. Voor fotografen die zich in de werking van foto's willen verdiepen zeer aanbevolen.
The Nature of Photographs is een moeilijk boek. Er staat weinig tekst in, er is vaak een enkele alinea, soms twee kolommetjes tekst om een onderwerp in te leiden. Je hebt het ogenschijnlijk in een uurtje gelezen. Begrijpen is een andere zaak, dat vergt concentratie en studie. 
Shore  behandelt in het boek de wezenlijke, kenmerkende karakteristieken van de foto: de eigenschappen die een foto tot foto maken. Uit die eigenschappen leidt hij een visuele grammatica af die kan bijdragen aan de verheldering van de betekenis van een foto.
Hij onderscheidt drie niveau's waarop je naar een foto kunnen kijken: het fysieke niveau (het voorwerp dat je in je hand hebt), het niveau van de afbeelding (wat er op staat) en het mentale niveau.

1. het fysieke niveau. Een foto is (veelal) een voorwerp. Shore noemt weliswaar het beelscherm als drager, maar kijkt toch het liefst naar een foto in de vorm van een fysieke afdruk, die bepaald wordt door emulsie, chemische ontwikkeling (of inkt en pigmentstoffen en digitale nabewerking) en papier. Dit niveau is het makkelijkst te doorgronden omdat het bijna letterlijk tastbaar is. Enkele voorbeelden hierboven van respectievelijk Robin de Puy en Stephan Vanfleteren in recente exposities. Links De Puy met een matte, warmere afdruk en een halfglanzende, wat koelere. Rechts een volledig matte afdruk van Vanfleteren, compleet met de rafelige randjes van het papier. De uiterlijke verschijningsvorm bepaalt mede de manier waarop we het beeld waarnemen, die eigenschappen missen we als we kijken naar dezelfde foto op een beeldscherm.

2. het niveau van de afbeelding. Shore beschrijft vervolgens het niveau van de afbeelding, hoe de wereld verandert als je hem vangt in een tweedimensionale foto. Drie dimensies worden teruggebracht tot een platte afbeelding. De foto wordt verder bepaald door het standpunt dat de fotograaf inneemt (hij kiest met zijn kader wat we te zien krijgen), de tijd waarin zowel de sluitertijd als het gekozen moment vervat zijn, en de focus, waarmee de fotograaf de aandacht van de kijker stuurt. Met die middelen ordent en structureert de fotograaf de rommelige wereld en brengt relaties aan tussen onderwerpen die er in de echte wereld niet zijn, of slechts zeer vluchtig. Shore spreekt over het bepalen van de compositie als het 'oplossen van een situatie', alsof het een puzzel betreft.

3. het mentale niveau. Shore vergelijkt de beelddiepte die een foto kan hebben met de mentale diepte of juist de oppervlakkigheid die een beeld kan omvatten. Hij stuurt het oog van de lezer in een aantal oefeningen over foto's en is zelfs in staat de fysieke scherpstelling van je oog te verleiden diepte te zoeken in het platte vlak van een in het boek afgedrukte foto.

Voorwaar geen makkelijk leesvoer, ook al omdat het niet alledaagse Engels voor hersenkraken zorgt. Maar zeer de moeite (!) waard en daarom aanbevolen.