De kunst van het fotobespreken deel 2

Eerder schreef ik een verhaal over de kunst van het fotobespreken, naar aanleiding van anderhalf jaar ervaring in een werkgroep van mijn club, en in de voltallige bijeenkomsten. Ik voeg daar nog het volgende aan toe, geïnspireerd door enkele recente ervaringen. Dit moet geen zuur verhaal worden, maar veel besprekingen verlopen minder dan optimaal omdat we de boel niet goed aanpakken.

 

Plenaire bespreking Bondsfotowedstrijd, 2 april 2017

Bespreken in haast

De Bondsfotowedstrijd heeft drie fotobesprekingen uitgelokt: één in januari tijdens de selectie binnen mijn club, een plenaire bespreking van de topclubs en de stickerwinnaars in Rotterdam op 2 april, gevolgd door een bespreking per club.

Iedere keer weer valt de snelheid op waarmee foto's in zo'n marathonzitting moeten worden besproken. De jury heeft bij het jureren voor de beoordeling naar verluidt zes seconden per foto, waarin de vonk moet overspringen. Voor de besprekingen is er later een halve minuut tot een hele minuut per foto.

Dat kan als gevolg van de organisatie van de bespreking niet anders, en ik heb bewondering voor juryleden die zich langs foto's snellend in ijltempo een beeld vormen van de plaat in kwestie, alvast hun praatje beginnend met 'we zien hier...' terwijl ze het inhoudelijk oordeel over wat ze zien nog moeten vormen. Om geen stilte te laten vallen starten ze alvast de woordenstroom, terwijl ze nog nadenken. Politici die een microfoon onder de neus geschoven krijgen doen dat ook: 'Wat we zien is...', wat net genoeg is om te bedenken welk beeld ze willen neerzetten van recente gebeurtenissen. Wel knap, maar een standaard-stoplap die leidt tot taal-erosie.

Als ik vervolgens probeer af te meten welke ingrediënten in een goede fotobespreking zouden moeten zitten tegenover wat ik feitelijk hoor, krijg ik zelfs medelijden met de fotobesprekers. Hun opdracht is bij iedere foto iets zinnigs te zeggen, terwijl dat vaak niet mogelijk is omdat er nu eenmaal niets zinnigs te zeggen valt: 'tja, een kattenfoto dus' is dan het eerlijke commentaar. Tijd voor studie, doorgronding en duiding is er uit de aard der zaak niet als je langs een schavotje moet rennen, met voor iedere club à tien foto’s gemiddeld zes minuten. Natuurlijk ontstaan er dan na verloop van tijd routine-frasen als 'Een portret dat een verhaal vertelt' terwijl voor niemand duidelijk wordt welk verhaal dat dan is, want we zien gewoon een portret; of je gaat gezochte commentaren en speculaties formuleren over wat er aan de hand is bij een foto die bij de eerste blik volkomen helder is. Je gaat betekenissen invullen die je strikt genomen niet uit de foto kunt halen. Je móet immers iets zeggen: 'Als ik mezelf op een kerkhof fotografeer heeft dat bijna altijd een betekenis'. Dat klinkt diepzinnig, maar er over nadenken is geen goed idee; de frasegenerator sloeg weer toe.

En na vier keer 'the decisive moment' gehoord te hebben als er weer een keeper een bal liet glippen krijg ik aanvechtingen nog een keer op te zoeken wat Cartier Bresson ook weer precies bedoelde *). Als Henri zijn catch-frase zorgvuldiger had gekozen zaten we nu niet met beroemde, maar verkeerd geplaceerde citaten bij iedere goed getimede foto (waarvan sommige gemaakt zijn met twaalf beelden per seconde, denk ik vilein).

We maken het besprekers ook niet makkelijk met spiegelingen, in lagen geknutselde chaos en moeilijk te interpreteren beelden die eerder zoekplaatjes zijn dan een aantrekkelijk visueel cadeautje. Kunst die geen enkel aanknopingspunt biedt, raadsels waarbij de beschouwer geen schijn van kans krijgt - en waarbij een bespreker alleen maar in verlegenheid kan raken, als hij tenminste eerlijk is. Maar ja, het is not done om bij een foto te constateren dat je er geen touw aan kunt vastknopen, of dat 'het is wat je ziet'; eerlijkheid is geen populair goedje. Dus genereren we een gemeenplaats.

We lopen met andere woorden in de val: het moet zo nodig, we zijn aardig voor elkaar en we bedenken een ritueel, en dan krijg je dit.

Hulde aan juryleden, intussen: je zult het maar moeten presteren, twee-en-een-half uur in noodtempo praten over foto's. Dat is dwangarbeid. Eigenlijk kun je niet in redelijkheid van iemand vragen je foto's af te raffelen. Het zou beter zijn juryleden of besprekers de kans te geven een enkele foto te kiezen waarvan ze het gevoel hebben dat er zinnig commentaar op te geven is, dan maak je beter gebruik van de kwaliteiten van zo iemand. En het wordt weer fotobespreken in plaats van een sportprestatie.

 

Een uitgesproken rustig Fotografencafé Woerden, 3 april 2017: contemplatie en een glas...

Bespreken moet in rust

Heel anders ging het toe in het Fotografencafe in Woerden, waar ik op 3 april voor het eerst een kijkje ging nemen. Daar kun je een foto, serie of portfolio ter bespreking voorleggen aan een fotograaf die in principe tien minuten tijd heeft om zich over jouw werk te buigen. Daar komen nuttige tweegesprekken uit, daar zit kwaliteit in.

Conclusie: Besprekingen van véél foto's hebben een zeer beperkt nut. Fotobesprekingen werken het best als er tijd voor wordt genomen, als er geen massa's beelden klaar liggen, als niet iedere foto gelijke aandacht moet krijgen omwille van de gelijke behandeling van de fotografen. Bespreken kán in rust voor het front van de fotoclub, maar nog beter werkt een bespreking in een tweegesprek tussen beoordelaar/mentor en fotograaf.

Nog een extra gedachte

Fotobespreken leent zich niet voor het samenstellen van een serie uit een groter aantal foto's, is mijn indruk: zonde van de quality-time met je bespreker.

Het voorleggen van een serie in opbouw leidt immers niet tot inhoudelijk fotobespreken met enige diepgang, maar zonder uitzondering tot schuiven met foto's om te zien welke serie er uit zou kunnen rollen. Een selectie-oefening die je thuis kunt doen. Je kunt wel advies vragen als je er zelf niet uit komt, maar of dat tot eye-openers leidt...

*) Over het beslissende moment

John Szarkowski schreef 'The Photographer's Eye' als onderzoek naar hoe foto's er uit zien, en waarom ze er zo uitzien. Hij stipt nog eens fijntjes aan dat het Decisive Moment van Cartier Bresson (dat door de fotografie, anders dan in de traditionele schilderkunst, getoond kan worden) niét sloeg op het element van de dramatische climax van de gebeurtenis, maar op de visuele climax van de lijnen en patronen die op hun plek vallen tot een afbeelding (en nadrukkelijk niet tot een verhaal).

Wikipedia zegt het volgende:

Cartier-Bresson hanteerde de term het beslissende moment (le moment décisif) onder meer in zijn boek Images à la sauvette. Het beslissende moment duidt op een visueel hoogtepunt dat samenvalt met een dramatisch hoogtepunt. Vrij vertaald zei Bresson: Fotografie is het herkennen, in een fractie van een seconde, het belang van een gebeurtenis alsook het herkennen van de exacte organisatie van vormen die de gebeurtenis het beste uitdrukken. Bresson gebruikte vaak korte sluitertijden. Zijn beslissende moment duidde op het tijdstip van samenvallen van een patroon van lijnen en vormen; dat was het moment dat hij dikwijls zocht om vast te leggen. Bresson ving daarmee met zijn camera een situatie die anders verborgen bleef in de beweging van tijd en ruimte. "Het resultaat is niet een verhaal, maar een afbeelding", merkte John Szarkowski op (curator fotografie Museum of Modern Art 1962-91).

In mijn aantekenboekje vind ik voorts de tekst (waar ik die gevonden heb staat er niet bij):

'Le moment décisif: "de gelijktijdige herkenning, in een fractie van een seconde, van het belang van een gebeurtenis en van de exacte organisatie van vormen die de gebeurtenis de juiste expressie geven" Henri Cartier-Bresson 1952'

En in zijn eigen woorden:

“Photographier: c'est dans un même instant et en une fraction de seconde reconnaître un fait et l'organisation rigoureuse de formes perçues visuellement qui expriment et signifient ce fait.”

Niets over keepers, dus.

Later vond ik in Gerry Badger's The Genius of Photography, in Nederland verkocht onder de titel Door het Oog van de Lens (nu voor bizarre tweedehandsprijzen te koop):

Snatching the significant moment

In 1952, a leading French photojournalist, Henri Cartier-Bresson, published a book of his pictures. It as a book which not only made him one of the most renowned photographers in the world, but introduced a new and very persuasive way of thinking about photography. The Decisive Moment was not the book's original title but that of its English-language version. Its original French title, Images a la Sauvette, means images taken on the wing, on the 'fly' - stolen images - a somewhat less positive connotation. But the idea of the 'decisive moment', the instant when a prescient photographer anticipates a significant moment in the continuous flux of life and captures it in a fraction of a second, has become one of the most seductive notions in photography.

It is a notion often misunderstood. The decisive moment is not necessarily the instant of peak action - the soldier dropping as the bullet hits him in Capa's picture, the woman denouncing a suspected Gestapo stool pigeon in an image Cartier-Bresson took at the end of the war. It refers, rather, to the moment when every element in the viewfinder coalesces to make a picture, an image. And that is open to misinterpretation too, because it could be taken to mean the coming together of the picture in formal terms, the point at which every formal element is in a state of balance, in perfect harmony. That also is frequently the case, but a photograph where every formal element is perfect is not necessarily the decisive moment either. In fact, the decisive moment is better defined as the moment when form and content come together to produce an image in which the formal, emotional, poetic and intellectual elements have substance -in effect, where they give an image a real meaning.

There is a copy of The Decisive Moment in the library of another well-known photographer, one of Cartier-Bresson's colleagues in the Magnum photo-agency. Cartier-Bresson has inscribed the title page for his friend and fellow seeker after photographic truth, altering the book's sacred title as follows:

Some THE DECISIVE MOMENTs (maybe?)

From that inscription, tongue-in-cheek though it may be, it is clear that the photographer was well aware of the paradoxes involved in snatching a moment out of the air and freezing it, dislocating it from its context, and conferring upon it a significance it may or may not be able to bear. A picture has been created, but a picture of what? He was afraid that in the wrong hands photography of this kind could simply reduce the world to a series of clever patterns, visual jokes and, worst of all, anecdotes, which he considered the 'enemy of photography'.

 

The Decisive Moment

Reacties

ArnoE:

"Smakelijk" artikel, moest ook erg lachen. Tsja , het valt wel mee om een foto te delen, maar of die foto dan ook het beslissende moment laat zien in de juiste betekenis van het woord dat valt dan weer niet mee. En of zo'n foto duende oproept dat valt al helemaal niet mee. Bob Dylan riep dat gevoel wel op, maar dan met zijn muziek, maar hij heeft dan ook de Nobel prijs voor literatuur ontvangen. KUNST!

 

KeesM:

Dank. Duende? Ik dacht even dat je een typfout maakte; wat een mooi woord! En Dylan - is dat niet de man die alsnog met hangende pootjes zélf zijn oorkonde gaat ophalen omdat hij anders het bijbehorende geld niet krijgt? Voor de Nobelprijs voor literatuur, inderdaad; niet die voor muziek? ;-)))

 

ArnoE:

Laat de man nu ook nog bezig zijn/geweest zijn met knutselen en lassen van kunstinstallaties en met pasteltekenen, zie museum De Fundatie te Z. Niet dat ik daar nu zo van onder de indruk ben, wel van zijn muziek. Stiekem hoop ik dat hij ooit nog eens een fototentoonstelling aankondigt van eigen werk gemaakt tijdens zijn "Never ending world tour". Misschien dat dat voor een tweede keer DUENDE oproept.